'Twee reebruine ogen, die keken de jager aan,' zo gaat het liedje.
Ik heb niets met de jacht maar dieren tegenkomen in het wild is altijd weer bijzonder.
Vanmorgen vroeg was het op het eerste oog nog uitgestorven in het bos. De zon was rood-oranje en kwam heel voorzichtig tussen de bomen door.
Hardlopend kwam ik vanaf de 'eenzame eik' en liep in de richting van Prattenburg, bergaf. Voor wie de bossen tussen Amerongen en Veenendaal kent een bekende plek. Zo'n honderd meter voor me stak een ree het pad over, sprong zonder zichtbare inspanning over een walletje en bleef staan tussen de bomen. Ik stopte en we keken elkaar aan. Het was een mannetje, zo constateerde ik. Rechts nam ik beweging waar, twee vrouwtjesreeƫn hadden mij al veel eerder in de gaten dan ik hen.
Wat een bofkont, dacht ik; eindeloos struinen met twee vrouwen aan je zijde door de uitgestrekte bossen. Hoewel, bij min zeven is dat natuurlijk ook niet alles.
Ik moest niezen, reeman vond het genoeg en verdween met zijn miniharem tussen de bomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten